Bunnik en Van den Pol maken samen mooie dingen
Aan een half woord genoeg
Bunnik Bouw en Bunnik Projecten bouwen al vijftig jaar aan kwaliteit. Vaak samen met Van den Pol Elektrotechniek. Dit partnership bleek ook in lastige tijden van grote waarde. Zoals Timon Bunnik het kernachtig stelt: “Bouwen is mensenwerk”.
Bunnik Bouw en Bunnik Projecten zijn gestart door de vader en een oom van Timon Bunnik. Hij vormt nu samen met zijn broer Vincent de directie. “Na eerst elders ervaring te hebben opgedaan, kwam ik in 2008 in het bedrijf. Een paar maanden later brak de financiële crisis uit en lag bijna al het werk stil. Toen hebben we met Van den Pol gekeken waar nog wel mogelijkheden waren, hoe we toch samen door konden bouwen.”
Hechte band
De verbinding tussen Bunnik en Van den Pol gaat ruim 30 jaar terug. “Als jong ventje ging ik voor het eest mee naar een relatie-event dat Van den Pol organiseerde. Gaaf, vond ik dat. Maar onze band gaat veel verder. Toen mijn vader plotseling overleed, zat Wim van den Pol als een van de eersten hier aan tafel: “Hoe gaat het? Kan ik iets doen? Dat blijft je altijd bij.”
Voorkeur voor bouwteam
In de loop der jaren leidde die verbinding tot samenwerking op mooie projecten. Deze worden vaak in een bouwteam uitgevoerd, met Van den Pol als een van de vaste E-partners.
Twee nieuwe voorbeelden staan op stapel: 38 woningen in het Hof van Harmelen en 65 van Woongaard Entree in Geldermalsen. “De wisselwerking tussen medewerkers van de bouwpartners bepaalt voor een belangrijk deel de kwaliteit, voortang en het werkplezier.
Aan een half woord genoeg
Van den Pol zet teams in die vaker met ons hebben gewerkt. Iedereen kent elkaar en over en weer is een half woord genoeg. Ook doen we graag een beroep de specifieke kennis binnen Van den Pol. Denk aan de afweging tussen energieprestatie, uitstraling en kopersvoorkeur bij de plaatsing van zonnepanelen.
We willen ons onderscheiden met kwaliteit, bouwen graag voor het hogere segment. Kom je in een nieuwe wijk dan denk ik dat je onze projecten eruit kunt pikken. Als ik zelf later door zo’n gebied loop en de mooie dingen zie die wij er samen met onze partners hebben gebouwd hebben, maakt me dat telkens weer trots.”